Van de integrale werkgroep:
De integrale werkgroep heeft onderstaande notitie OPP voor gebruik in het regulier basisonderwijs gemaakt. In deze notitie wordt uitgelegd voor welke leerlingen een OPP verplicht is, wat er in het OPP moet staan, wat de rol van de ouders is etc. De IW geeft het advies om het OPP digitaal aan te maken in ParnasSys of Esis, zodat het gekoppeld kan worden aan BRON en voldoet aan de wettelijke eisen.

Notitie OPP & bijlagen

Uitgangspunten

  • een OPP geeft het planmatig en doelgericht pedagogisch en didactisch handelen weer;
  • het aantal OPP’s zo beperkt mogelijk houden;
  • de administratieve last beperken.

Voor welke leerlingen is een OPP verplicht?

A. Een OPP is wettelijk verplicht voor alle leerlingen die ondersteund worden met middelen van het samenwerkingsverband passend onderwijs:

  • leerlingen in het S(B)O;
  • leerlingen met een arrangement cluster 1 (VISIO) of cluster 2 (Kentalis);
  • leerlingen op de reguliere basisschool met een arrangement uit het centraal arrangementenbudget SWV (aanvulling op budget schoolbestuur);
  • leerlingen met een arrangement uit het (school)budget passend onderwijs van het schoolbestuur (bijv. Down syndroom);
  • leerlingen met verkorting van de onderwijstijd i.h.k.v. de Varia-wet.

Alleen deze OPP ’s moeten worden uitgewisseld met BRON.
Binnen 6 weken nadat er afspraken zijn gemaakt over extra ondersteuning moet het OPP worden opgesteld.

B. Soms hebben leerlingen een structurele en naar verwachting permanente achterstand en is het beoogde uitstroomniveau maximaal eind groep 6 (1F-niveau). Deze leerlingen worden losgekoppeld van het reguliere programma en hebben een eigen leerlijn voor (begrijpend ) lezen en rekenen/ wiskunde. Voor deze leerlingen wordt (vanaf groep 6) een OPP opgesteld, de resultaten kunnen worden uitgesloten bij de beoordeling van de opbrengsten door de inspectie. Dit geldt in ieder geval voor leerlingen met beoogde uitstroom PrO.Deze OPP’s hoeven niet te worden uitgewisseld, tenzij er middelen extra ondersteuning worden ingezet.

Wat moet er in het OPP staan?

1. De verwachte uitstroombestemming (type VO of VSO), beschrijven vanaf eind groep 5.
2. De onderbouwing van de verwachte uitstroombestemming: beschrijven van belemmerende en stimulerende factoren en onderwijsbehoeften.
3. Beschrijving van ondersteuning en begeleiding en eventuele afwijkingen van het onderwijsprogramma.

De inspectie toetst het OPP op deze eisen.

Advies aan scholen

De inspectie eist dat iedere school een gekwalificeerd leerlingvolgsysteem gebruikt(ParnasSys, Esis).
Deze systemen kunnen een OPP genereren dat aan bovengenoemde wettelijke eisen voldoet. De integrale werkgroep (IW) adviseert scholen om dit OPP te gebruiken: het vermindert de administratieve en bureaucratische last, is altijd digitaal beschikbaar, de noodzakelijke gegevens worden gemakkelijk geladen zonder extra administratieve handelingen.
Bij gebruik van ParnasSys kan het ook uitgewisseld worden met BRON.

OPP als groeidocument

Voor leerlingen binnen de basisondersteuning van het SWV (zie Ondersteuningsplan) die tijdelijk aanvullende ondersteuning of een aangepast aanbod nodig hebben, is een OPP niet verplicht. Wel moet het doel worden vastgelegd, welke aanvullende acties worden ondernomen en wanneer en hoe er wordt geëvalueerd.
De IW adviseert om tijdig en proactief opvallende signalen, bijzonderheden en aanpassingen in pedagogische en/of didactische aanpak vast te leggen in het volgsysteem wanneer een leerling geen extra ondersteuning uit de middelen passend onderwijs krijgt maar wel een zorgelijke ontwikkeling doorloopt op een of meer gebieden. Wanneer er daadwerkelijk extra ondersteuning wordt ingezet uit de middelen passend onderwijs, staan de gegevens opgeslagen in het LVS en kunnen geladen worden in het format OPP.
Wanneer de verwachting ontstaat dat een leerling mogelijk op den duur uitstroomt naar het S(B)O of PrO is het raadzaam een tijdig een OPP op te stellen.

Wat is de rol van de ouders?

Ouders moeten instemmen met het handelingsdeel van het OPP en school evalueert minimaal een keer per jaar het OPP met de ouders. Dit kan leiden tot bijstelling van het OPP.
Ouders ondertekenen het OPP voor instemming: hier is een hard copy nodig die gescand kan worden.
N.B.: het handelingsdeel van het OPP is gebaseerd op de professionele onderbouwing van het schoolondersteuningsteam.

Afwegingen

  • Veel schoolbesturen hebben bovenschoolse ondersteuningsteams die (deels) bekostigd worden uit de middelen passend onderwijs die het schoolbestuur krijgt. Wanneer een leerling kort tijdelijk of preventief wordt ondersteund door een bovenschoolse ondersteuner is een OPP niet verplicht.
  • Voor kortlopende incidentele ondersteuning is een OPP niet verplicht; wel de interventies met doel, acties en evaluatie goed vastleggen ion het LVS.
  • Een arrangement passend onderwijs houdt in dat zonder het arrangement verwijzing S(B)O aan de orde is.
  • Wanneer een bovenschoolse plusklas bekostigd wordt uit de middelen passend onderwijs, is een OPP verplicht.

Het werken met een eigen leerlijn

Het werken op een (1) eigen leerlijn valt onder de basisondersteuning (aanbod van onderwijsprogramma’s voor leerlingen met meer of minder dan de gemiddelde intelligentie).
De beschrijving van de afwijkingen van het onderwijsprogramma en de ondersteuning en begeleiding worden vastgelegd in het LVS en kunnen worden geladen in het format OPP.
N.B. Uitwisseling met BRON is niet nodig!

Bijlagen|bronnen:
De kern van het ontwikkelingsperspectief (OPP)- PO raad

Het OPP in relatie tot het werken met een eigen leerlijn - Jannes de Vries